Steeds meer protesten? Zeker. Maar niet van ‘ons’.

(Column) Nu de touwtjes wat meer worden gevierd, zien we ook steeds vaker protesten van allerlei sectoren die zich (nog meer dan anderen) benadeeld voelen door de beperkingen in de coronacrisis. In het openbaar vervoer mag je met veel bij elkaar, zolang je maar een mondkapje op hebt. In een restaurant mag je maar met dertig mensen tegelijk naar binnen, ook al is er ruimte voor driehonderd gasten. Ik ken strandpaviljoens hier aan de Egmondse kust waar dergelijke grote zaken bestaan. Die kunnen helemaal niets met dertig gasten. Die vind je niet eens terug. Sporten met groepen in de buitenlucht mag wel, een kermis in de buitenlucht organiseren mag niet. Ook niet als de mensen afstand houden. Dus komt er een protest van kermisexploitanten (op gepaste afstand) richting Den Haag. Samenscholing? Zo kan ik nog wel even doorgaan. Het is wat lastig uit te leggen allemaal.

Wat ik echter niet zie of hoor is dat kenniswerkers protesteren. Om ervoor te pleiten dat ze weer naar kantoor willen, of juist dat ze voortaan alleen maar thuis willen werken terwijl die old school baas ze weer naar kantoor wil hebben. Dat komt waarschijnlijk doordat die kenniswerkers nu steeds meer inzien dat de gulden middenweg het best werkt: deels op kantoor voor de meer informele en sociale zaken en strategische brainstormsessie en deels vanuit huis voor de zakelijke gesprekken en contacten met collega’s, partners, klanten. Wat je dan wel mist is het échte persoonlijke contact, maar dat gaat vast ook nog wel een keer goedkomen. Die anderhalvemetersamenleving is namelijk niet (lang meer) te handhaven. Letterlijk en figuurlijk niet. Let maar op. Dat concludeerden de gezamenlijke planbureaus ook al. Of ze het zo bedoeld hebben als ik het hier nu interpreteer weet ik niet helemaal zeker, maar mijn gevoel zegt van wel…

Dat we nu als maatschappij echter zover zijn dat we in heel korte tijd hebben leren accepteren dat we echt niet direct overal op af hoeven te vliegen om te kunnen doorwerken, is een grote winst. En dan is de coronacrisis nog niet eens voorbij. Nederland is een klein land en je hebt snel de neiging om ergens naar toe te rijden: het is immers maar een uurtje? Maar dat uurtje kan ook beter besteed worden. Zeker als dat ene uurtje heen en dat ene uurtje terug het enige is voor die ene afspraak die dag. Dat was al niet zo effectief, maar we hebben natuurlijk niet voor niets een leaseauto. Die kilometers moeten we wel maken, ze staan in het contract. Anders wordt de volgende leasebak een stuk kleiner.

Door de coronacrisis is nu een serieuze keuze ontstaan: veel kan namelijk ook prima virtueel. Een video call zal nooit een regelrechte vervanger worden voor het intermenselijk contact, daar raken mensen hyper van en in de war, hoor ik arbeidspsychologen al zeggen. Dat is ook niet wat ik beweer. Om al te veel stress te voorkomen, gaan we natuurlijk gewoon af en toe weer eens langs bij de klant, die collega of naar kantoor. Er is ook een vrijmibo tenslotte.

Maar het wordt nooit meer zoals het was. Het blijft geen kermis…

John de Waard