|
1. Vraag je af wie je publiek is: zijn het dokters, studenten, professoren? Managers, medewerkers, collega's? Klanten? Investeerders? Elk publiek heeft andere verwachtingen van jouw presentatie. De één wil het wetenschappelijk, cijfermatig, gedetailleerd. De ander makkelijk verteerbaar en overzichtelijk. Wie is je publiek? Wat doen ze in het dagelijks leven? Wat interesseert hen? Welke taal spreken ze? Waar liggen ze wakker van en waarmee doe je hen een plezier?
2. Vraag je af wie jij voor je publiek wil zijn: een superheld, een mentor, een zielsgenoot? Vraag je af wat je wil bereiken met je presentatie. Maak je presentatie daar dan ook naar.
3. Is een presentatie wel het juiste medium? Als je feedback op details van je onderzoek wil, stuur ze dan je voorlopig artikel door. Stel je de vraag of dat niet beter is, of je misschien beter een flipchart gebruikt, of een bord. Vraag je af welk medium je woorden het best visueel ondersteunt, als dat al nodig is. Zie ook To Present or not to Present, that's the Question.
4. Zoek de essentie: als je publiek één ding zou moeten meenemen (en prijs je gelukkig als ze dat effectief doen), welk zou dat dan zijn? Zoek het essentiële punt van je boodschap. Zoek er daarna nog twee bij die dat essentiële punt ondersteunen. Zo kom je op drie basisconcepten. Bouw je verhaal dan daar rond op.
5. Trek je terug en brainstorm: trek je terug op een plaats waar je je kan focussen, waar je ongestoord kan werken. Schrijf de drie essentiële concepten op grote papieren, verspreid die op een lege tafel. Neem dan post-its en plak bij elk concept alles waar je aan denkt. Woorden, associaties, metaforen. Zoek manieren om je verhaal visueel te maken. Zoek ideeën en stop niet bij het eerste. Je gaat hier op zoek naar een originele invalshoek. Ga verder, graaf dieper, tot je dat idee hebt gevonden waarmee je je publiek op de juiste manier zal raken. Zie ook Tijd voor jezelf.
6. Creëer een verhaallijn. Je leest het goed: een verhaallijn. Vertel een verhaal. Neem de originele ideeën van daarnet en brei ze aan elkaar met een verhaal. Of vertel drie aparte verhalen rond elk concept. Doe het zoals in een filmscenario: wie is de goede, wie is de slechte, wat gebeurt er, maak het spannend. En rond het af, geef je publiek een climax, een pointe,... Schrijf je verhaallijn schematisch uit. Gebruik hiervoor maximum de achterkant van een serviette: als je verhaal daar niet op past is het te ingewikkeld. Zie ook Visueel denken op de achterkant van een serviette. Over een goed verhaal, check Waarom sommige ideeën blijven plakken.
7. Giet je verhaallijn in slides. Druk blanco slides af (3 per pagina) en giet je verhaal in slides. Denk na over wat je op elke slides wil tonen en hoe je het visueel wil maken. Hou hierbij in het achterhoofd dat je slides je boodschap moeten helpen, en niet jezelf. Teken, schets, hou het ruw en essentieel. Zorg dat je weet wat je te doen staat eens je de slides effectief gaat ontwerpen.
ZET JE DAN PAS ACHTER JE COMPUTER! Echt waar, dan pas. Je computer zal je dwingen te denken in vaststaande structuren en zal je creativiteit belemmeren. Aan je computer begin je aan het design van je slides. Het overgrote deel van het denkwerk over je inhoud en de structuur van je inhoud heb je daarvoor al gedaan. Enkel als je 90 % van het werk in ‘analoge' mode doet zal je erin slagen een opmerkelijke presentatie te creëren die impact heeft.
Thomas Geusens
Thomas Geusens is trainer/consultant en zelf-verklaard designer. Na op zijn weg al ontelbare saaie, niet effectieve en cliché presentaties gezien te hebben, besloot hij de koe bij de horens te vatten en dit probleem aan te pakken. Hij ontwerpt presentaties die anders zijn en veel meer impact hebben in het concept ‘Dare to Present'.
http://thomasgeusens.wordpress.com
|